eXped eXpeditie

het eXpeditie team klaar voor vertrek



eXpeditie succesvol

De Plannen...
Afgelopen periode zijn de plannen werkelijkheid geworden en zijn we met het team op een eXpeditie geweest.
De `survivaltocht` ging via allerlei markante punten en over kruip & sluip wegen via Duitsland, Belgische Ardennen, door de Franse Ardennen met als eind doel de stranden van Normandië in Frankrijk.
Onderweg hebben we een berg wandeling gemaakt, een wildwater kano route gevaren en een kasteel beklommen.
Rond 5 juni waren wij in Normandië om het 65 jarig bestaan op 6 juni van D-Day bij te wonen en hebben we diverse stranden en monumenten bezocht. De terugweg ging langs de kust van België met een stop in Zeeland, waar we de delta werken hebben bezocht. De totale tocht heeft een kleine 2 weken geduurd.

Wat hebben we bereikt ?...
Als doel hebben wij bereikt dat alle deelnemers moesten samenwerken en overleggen, hebben leren omgaan met verantwoording en financiën,
samen eten hebben gemaakt, afwassen, tent op zetten en overnachten.

Via deze weg willen we de hieronder genoemde sponsoren bedanken voor de bijdragen voor onze eXpeditie.
Heeft u vragen of bent u geïnteresseerd neem dan contact op met één van onze deelnemers of bel 06-21810336

de deelnemers

Helaas zijn er in de opwerk periode een aantal deelnemers afgevallen en zijn we met de eXpeditie met een 4 tal deelnemers op pad geweest.
De deelnemers :
Jan
Ger
Anno
Dennis


 

Ons vervoermiddel :
een Landrover Defender TD5 - 9 persoons uitvoering
extra uitrusting :
een electrische lier
2 reserve banden
zware hi-lift krik
een roof rack
4 materiaals kisten
een grote koepel tent


 

Het reis verslag van de eXpeditie

Geschreven door Jan Jonkers.


 

Een expeditie wordt geboren

Na de zomer van 2008 begint voor mij het project eXped. Drie maal per week word ik, net als enkele andere deelnemers, opgehaald door Anno Loef, om naar de bossen van Staphorst te gaan. De Zwarte Dennen, een stuk bos van ongeveer 100 hectare van Staatsbosbeheer. Daar verrichten we allerlei werkzaamheden, daar brengen we de dag door, hopelijk met nuttige activiteiten, maar het hoeft niet. We zijn een groep mensen met allerlei persoonlijke problemen. Ieder heeft zijn eigen moeilijkheden in het leven, ieder heeft zijn eigen problematiek, een problematiek die het hebben, dan wel het krijgen van een baan moeilijk, dan wel vrijwel onmogelijk maakt. Dit is de gezamenlijke basistoon van het akkoord dat onze muziek maakt. Tijdens deze reisjes, vooral als we met zijn tweeën zijn, praten, fantaseren we vaak over een gemeenschappelijk pleziertje, namelijk het reizen, in het bijzonder het kamperen. In Anno’s geval het “survivallen”. Hoe leuk zou het niet zijn om eens met een aantal mensen naar de Noordkaap te gaan. Dat was ons eerste idee: “De Noordkaap”, “De Midzomernachtzon” , “kamperen in de Scandinavische natuur”. Voor mij was het inderdaad fantaseren, maar ik merkte dat het idee bij Anno wortel schoot en dat het werkelijkheidswaarde begon te krijgen.

Omdat ik merkte dat wij als deelnemers aan het project toch als los zand aan elkaar hingen, praatten wij ook veel over de mogelijkheid om een groepsgevoel te realiseren. Eén van de mogelijke oplossingen hiervoor leek ons dan ook een gezamenlijk project op te starten, gezamenlijk iets te ondernemen. Een gezamenlijke reis leek ons dan ook een ideale manier om tot een groepsgebeuren te komen en een groepsgevoel te krijgen. Niet langer wij als individuen, een groep van “ikken”, maar op zoek te gaan naar het “wij-gevoel”. Hoewel er vele obstakels waren, zoals financiën, hakte Anno de knoop door. “Jan”, zei hij, “wij gaan het doen, wij gaan op reis.” Omdat de Noordkaap te ver, te lang en te duur zou zijn, zochten we naar een alternatief. Het werd Normandië. Een reisdoel dat al een tijdje op Anno’s verlanglijstje stond. In het bijzonder nu, was het een aantrekkelijk reisdoel, omdat de herdenking van D-day, de vijfenzestigste, waarschijnlijk de laatste zou zijn, dit in verband met de leeftijd van de veteranen. Het werd dus D-day, 6 juni 2009, de 65e herdenking, het 13e lustrum. Normandië, de expeditie was geboren.

Het idee was er nu, maar hoe wordt het werkelijkheid. Dit was een leerzame ervaring voor mij. We begonnen met een wekelijkse vergadering van expeditiegangers. Wij hadden inmiddels een zestal mensen die graag meewilden. Anno had inmiddels een nieuwe auto, de Landrover Defender, hierin konden zes mensen mee, zes mensen hadden we. Op onze vergaderingen bespraken we de route, de dingen die we onderweg wilden doen en vele andere, vooral praktische zaken. Het begon allemaal steeds werkelijker te worden. Het grootste probleem waar we tegen aankeken was de financiering. Wij hadden geen geld en de sociale dienst zou het voor ons niet betalen. Zo ontstond het idee om financiers, sponsoren, te gaan zoeken. Verder besloten we klussen te gaan doen tegen een kleine vergoeding. Op deze manier kregen we genoeg geld bij elkaar om onze plannen te verwerkelijken. Financieel kon de reis doorgaan. Ons hoofdkwartier in de Zwarte Dennen ademde inmiddels de sfeer van de expeditie. Op een grote kaart aan de wand stond inmiddels de route aangegeven en eventuele bezienswaardigheden waren er middels foto’s aangegeven. Alles ging voorspoedig en we waren er klaar voor. Niets stond onze expeditie meer in de weg. Dachten we. Helaas, naarmate de tijd vorderde, kwamen er persoonlijke problemen bij een aantal van de deelnemers naar voren. De één naar de ander moest annuleren. Ieder met zijn persoonlijke privé problemen. Het gevolg hiervan was dat er uiteindelijk nog drie deelnemers waren. Omdat we genoeg ruimte hadden, besloten we Dennis, de zoon van Anno mee te nemen. Zo waren we er uiteindelijk klaar voor. De auto was klaar, beplakt met stickers van onze sponsoren, de rugzakken uitgedeeld, de slaapzakken, gekregen van een sponsor, ingepakt, eten voor de eerste dagen gekocht, de formaliteiten geregeld, het monster volgetankt. Alles was klaar. We konden vertrekken. Het was 28 mei 2009. Nog één nachtje slapen en het gaat gebeuren. Het idee is werkelijkheid geworden. Alles is een kwestie van DOEN.


 

Hoe het allemaal begon

Zomer 2008. De gemeentelijke sociale dienst van Meppel plaatst mij in het project eXped. Of ik hier wel zo blij mee moest zijn wist ik op dat moment niet. Uiteindelijk had ik er zelf om gevraagd. Ik wilde weer aan het werk en wel zo snel mogelijk. Gelukkig werd ik terug gefloten, want zoals gewoonlijk wilde ik de dingen weer te snel. Zelfoverschatting is een eigenschap waar ik niet blij mee ben, maar waar ik wel mee moet leven. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk aan het werk. Alsof het hebben van een baan de zon is die de sneeuw van mijn emotionele winter doet smelten. Gelukkig heb ik een aantal mensen om mij heen die met mij mee kijken en die mij zo af en toe terugfluiten. Soms pijnlijk en vernederend voor mijn veel te grote ego, maar zoals bekend: “no pain, no gain” ofwel “pijn is fijn”, zonder pijn is er geen groei en dat is iets wat ik de laatste jaren telkens weer moet ervaren.

Goed, eXped dus. Ik had besloten mij er volop in te storten er helemaal voor te gaan. Ik had intuïtief het gevoel dat er wel eens wat goeds uit voort zou kunnen komen. Waarom? Ik weet het niet. Intuïtie is een vreemd ding. Want, zo snel ik kon, zocht ik alle informatie die ik kon vinden. Op het internet vond ik veel, en dat bracht mij in een schizofrene toestand. Het leek mij een soort padvinderij voor volwassenen of zoiets. Enerzijds de militaire kantjes van het geheel, camouflagenetten en dergelijke. Ik reageerde al bij voorbaat huiverend op de sfeer die het geheel uitstraalde, mijn oude PSP-geindoctrineerde hart wist niet of het sneller moest kloppen vanuit een gevoel van verontwaardiging of vanuit een pseudostrijdlust uit langvervlogen tijden. Anderzijds was er de enorme aantrekkingskracht van die padvinderscultuur, het hoge Kwik, Kwek en Kwak- gehalte van het geheel. Ik zag een kans om toe te treden tot de Jonge Woudlopers van Duckstad, ik zag de kans schoon, eindelijk na veertig jaar, het Jonge Woudlopers Handboek te bemachtigen. Een levenslang gekoesterde wens kon in vervulling gaan. Verder ontmoette ik op dat moment mijn oude vriend de angst. Ik las over survival en dat betekende bewegen, bewegen in de buitenlucht dat wel, maar ik werd al moe toen ik de foto’s zag. Het was een goed begin!

Ik vond zonder al te veel moeite mijn weg binnen het project. Ik merkte al gauw dat er iets heel erg positiefs voor mij te halen viel binnen het project. Ik ontmoette een vierletterig woordje dat er zo simpel uit ziet, dat zo makkelijk is, maar dat ook een woord is dat ik de laatste jaren telkens weer ontmoet, het stelt zich dan op mijn weg en laat mij noch linksom, noch rechtsom passeren, ik moet er doorheen. Het is een centraal thema in mijn leven en soms een groot probleem voor mij, een onneembare horde op mijn levenspad, om het maar eens plastisch uit te drukken. Doen. Dat is het woord, vier letters, D en O en E en N, DOEN! Ik ben sterk in het denken en bedenken van dingen. Denken is geen probleem, doen echter, doen is wat de gedachte tot werkelijkheid brengt, dat het idee uit de schaduw brengt en het tot leven brengt. Soms heb ik het gevoel, dat door een actie te bedenken, uit te denken en voor te stellen, dat ik deze actie uit heb gevoerd, dat ik het niet meer hoef te doen! Gelukkig ontmoette ik Anno. Anno Loef de leider van het project, de eigenaar en bedenker van eXped is een oud marinier, en verschilt in bijna alles van mij. Mijn eerste reactie was dan ook: ”als dat maar goed gaat”. Maar het ging wonderbaarlijk goed. Uitersten kunnen vaak goed elkaar aanvullen en hoeven niet noodzakelijkerwijs met elkaar te botsen. Anno leeft mij vóór, wat ik zelf moeilijk vind. Anno is een doener. Ik vind het vaak prachtig om hem in actie te zien. Wat ik zo moeilijk vind vindt hij zo gemakkelijk en het komt bij hem zo natuurlijk over. Als hij een idee heeft, een gedachte, dan gaat dat automatisch over in een doen. De idee vertaalt zich vrijwel direct in actie. Ik ben dan nog bezig mij in mijn gedachtewereld te masseren met frivole dan wel zwaarmoedige gedachten, hij heeft zijn actie al uit gevoerd en er staat weer iets, er is weer iets geboren, gedachte heeft zich gematerialiseerd.

Dit waren een hoop gedachten en weinig doen, maar ik moest het neerschrijven om duidelijk te maken, hoe dit hele project “Expeditie Normandië” tot stand is gekomen, en hoe het voor mij een belangrijke oefening is geweest om tot doen te komen. Namelijk, voor mij is het hele project een oefening geweest om vanuit een idee “een expeditie” tot een actie een EXPEDITIE te komen. De idee was er, en de actie is er gekomen, de expeditie is er (geweest).


 

Tweede pinksterdag 2009

“Jan”, zei Anno gisteren, “Jan”, als jij nou eens een verslag ging schrijven over onze expeditie. Het lijkt me een leuk idee om onze belevenissen voor het nageslacht vast te houden. Een soort dagboek bijhouden , zeg maar!” “Tuurlijk Anno”, antwoordde ik, “natuurlijk doe ik dat, graag zelfs”. Nu zit ik hier dan, op de camping “Rood Water” , ofwel “Eau Rouge” zoals onze Waalse vrienden zeggen. De heren zijn met zijn drieën naar Coo vertrokken, om zich in een wildwater avontuur te storten. Langs een snelstromende rivier storten ze zich naar beneden in een wankel uitziende kajak. Ik ben op de camping en heb tijd tot overpeinzing. Ik weet niet of ik wel zo blij ben met deze opdracht, maar ik zal mijn best doen om er iets van te maken. Ik weet uit ervaring dat ik niet erg consequent ben in het bijhouden van een dagboek, dus ik zal een groot beroep moeten doen op mijn geheugen. Op zich een goede oefening voor mij, want sinds mij een hersenbloeding trof, heb ik problemen met mijn geheugen. Dus is dit een goede oefening voor mijn geheugen alsook een mogelijkheid mijn zelfdiscipline te oefenen. Ik zal beginnen bij het begin, het vertrek uit Meppel.




 

Zaterdag 29 mei 2009

Bij herberg “Het Plein”, in Meppel, was het een drukte van belang. Het halve terras had zich gevuld met vrienden en bekenden. Allemaal waren ze gekomen om de “expeditie Normandië” van eXped uit te zwaaien. Na de nodige plichtplegingen, de foto’s, de handjes, de omhelzingen en de nodige zoentjes, was het eindelijk zover. Expeditie Normandië kon beginnen. Onder luid getoeter, begonnen wij, Anno, Dennis, Ger en Jan, aan onze eerste kilometer. De eerste kilometer van de 2500 die er nog zouden volgen. Wij vertrokken richting het avontuur, onze geliefden achter latend in tranen, onder hen onze oorspronkelijke leden Roelie en Frank, die door persoonlijke omstandigheden hadden moeten besluiten om in de veilige moederschoot van ons geliefde Meppel achter te blijven.

Via Hardenberg en Ommen reden we richting Tukkerland. Het thuisland van onze Saksische stamgenoten, die het in een ver verleden beter had geleken zich in het zuiden te vestigen. Ver van ons geliefde Drentsche moederland. Bij een zich in kompleet onbegrijpelijke klanken uitende vissersman uit het Urkse, ofwel van Urk, aten we (voorlopig) voor de laatste keer, een forse bak kibbeling, die geweldig goed smaakte. We konden ons nu voor de laatste keer bezinnen over de expeditie. Gaan we verder en willen we de ons wachtende ontberingen uit vrije wil ondergaan, of kiezen we de gemakkelijke weg en gaan we terug. Deze overweging was simpel. Unaniem besloten we verder te gaan, wetende dat we voor een aantal weken afstand zouden moeten doen van typisch Nederlandse geneugten, zoals de reeds genoemde bak met kibbeling. Het avontuur lokte! Hadden we geweten wat ons nog te wachten stond, wellicht hadden we anders besloten!

Het duurde niet lang tot wij de grens passeerden. Het viel ons op hoe ontzettend leeg de Duitse wegen waren. Wij zagen bijna geen verkeer, alsof alle Duitsers weg waren . Wat ons wel opviel, was de enorme hoeveelheid windmolens die wij tegenkwamen. In Duitsland wordt blijkbaar veel geïnvesteerd in groen energie, lovenswaardig. Nadat we de Rijn overgestoken waren, voelden we ons bijna even weer thuis. We zagen een grote dijk, vol met grazende schapen en lammeren. Anno stuurde de weg af en de dijk op en even later zaten we in de schaduw van de auto een kop koffie te drinken. Het leek alsof we in Nederland waren. Het bleek dat de dijk gebouwd was met de hulp van Nederlands ingenieurs, een soort ontwikkelingshulp dus.

Pas toen de vriendelijke meneer van de firma Tom Tom ons door de stad Aachen leidde, kregen we wat meer Duitsers te zien. Er waren vele, in alle soorten en maten. Onze angst dat ze vandaag niet thuis waren, werd niet bewaarheid. Snel reden we door Aken heen, we wilden deze Grossstadt zo snel mogelijk achter ons laten met al zijn drukte. Inmiddels waren we van ons oorspronkelijke plan afgeweken, om in Duitsland te overnachten. We waren zo dicht bij de Ardennen, dat we de patatten alkonden ruiken. Daarom besloten we om door te rijden naar België, teneinde daar wat meer tijd te kunnen vullen. In Duitsland hadden we verder niets verloren en het avontuur lokte. Het Aachener centrum verlatend, zagen we steeds meer Belgische nummerborden en bijna ongemerkt reden we België binnen. Alleen twee verlaten grensposten gaven aan waar vroeger een grensovergang geweest moest zijn.

België. Hoewel het Duits nog steeds de voertaal was, werd het straatbeeld al snel wat vriendelijker. De Duitse gründlichkeit maakte plaats voor de Belgische gemüdlichkeit en we voldoen ons,hoewel vermoeid, opperbest. Omdat Anno ooit eens in het plaatsje Coo was geweest, op een mooie camping aan een rivier, tomtomden we daarheen. Het slaperige Coo van vroeger, was echter in de laatste twintig jaar wakker geworden. Het was er erg druk. Het was een soort pretpark geworden. Het leek wel één grote kermis. We vonden de camping en de vriendelijke beheerder stond ons te woord. `Echter, met spijt in mijn hart´, zei hij, ´moet ik jullie en je groene monster, waarvan ik er al drie op mijn camping heb staan, weigeren. Ik ben vol.´ Vriendelijk verwees hij ons daarna naar een Nederlandse collega, Franka genaamd, die een camping in de buurt had. Met de vriendelijke groeten voor haar zond hij ons heen. Zo bereikten we een half uurtje later ons einddoel voor deze dag. Ons monster en onze Tom Tom hadden ons goede diensten bewezen en ons veilig naar onze camping gebracht. Snel zetten we onze tent op en richtten ons in. Het duurde niet lang, of we zaten met een biertje in onze hand voor de tent. De eerste etappe was volbracht.



Zondag 30 juni 2009, Eerste pinksterdag.

De nacht was koud, o zo koud, de grond was hard, o zo hard. Ondanks de matjes van onze sponsor Bill. Ik sliep erg slecht vannacht. Het avontuur was begonnen en de ontberingen ook. Hoewel Anno en Dennis de hele nacht en een deel van de ochtend lekker lagen te slapen, hadden Ger en ik het zwaarder. Wij als echte vroegopstaanders , stonden op toen de vogels begonnen te zingen en het eerste licht van de nieuwe dag de tent binnendrong. Ergens tussen vijf en zes, zaten wij, koukleumend voor de tent, onze koffie te drinken. Dit in de hoop wat op te warmen. Het bleef echter frisjes, ondanks de dubbele kleding die wij droegen. Om een beetje warm te worden zijn we wat gaan wandelen. Al na honderd meter werden we met de neus op de feiten gedrukt. De Ardennen zijn niet zo mooi vlak aangelegd als onze Nederlandse polders. Zuchtend, steunend en vooral zwetend, begaven we ons bergopwaarts. Toen de top echter niets anders bood, dan het uitzicht op een andere hogere top, stortten we in en kozen we voor de makkelijkste weg, de weg terug, bergafwaarts.

Na een ontbijtje en nog wat koffie, werden ook de Loefjes wakker en het duurde niet lang of de geur van gebakken eieren maakte ook de andere campinggasten wakker. Onze drilsergeant had besloten dat we ons wat moesten gaan bewegen en na het ontbijt, leidde hij ons, tot onze schrik, bergopwaarts. Dezelfde berg op die ons die ochtend al had overwonnen. Top na top, klommen we, hoger en hoger. Langs bossen en weilanden, boerderijen en koeien klommen we. Daarna voerde de weg plotseling neerwaarts en voorspoedig daalden wij af. Wij kwamen terecht in een stroom van wielrenners die zich bergopwaarts vochten. Vol bewondering bekeek ik deze mannen en vrouwen, de vele krasse kale mannen, die zich hoge leeftijd, staande op de pedalen bergopwaarts vochten. Ik had erg veel bewondering voor hun.

Na een korte middagpauze op ons eigen kleine stukje Belgisch grondgebied, zijn we vertrokken, om de wonderlijke watervallen van Coo te aanschouwen. Hoewel het water zich nog steeds, net als twintig jaar geleden, naar beneden stortte, in een wit geweld van water en nevel, was de rest onherkenbaar. Terwijl Dennis zich vermaakte met een poging de rivier met allerlei stenen te dempen, verwonderden wij ons over het massatoerisme onder aan de waterval. Er was een soort kabouter Plop land verrezen. Met allerlei attracties die schrikbarend duur waren. Kabouter Plop schudde lachend handjes en vele vaders trokken huilend hun portemonnee. We gingen naar boven voor een hapje en een drankje, en besloten gelijk dat maar niet weer te doen. Prijzen drie keer zo hoog als bij ons, maar service ho maar! De serveersters werden zeker per uur betaald, want ze waren niet vooruit te branden.

We brachten de avond door op de camping. Hier kwam ik er achter dat Dennis wel de hele dag honger heeft, maar als het op eten aankomt eigenlijk niets lust (dat zijn moeder niet heeft gemaakt). Dat wordt nog een probleem voor mij, of voor hem! De avond verliep verder rustig. Dennis speelde wat, ik las wat, we spraken wat met onze buren en tegen een uur of elf zochten we onze slaapzakken op. In de hoop op een goede nachtrust



Maandag 1 juni, tweede pinksterdag.

´T was vannacht zo mogelijk, nog kouder dan gisteren en ik heb beroerd geslapen. Wederom zaten Ger en ik, in het eerste ochtendgloren, onder het gesnurk van de Loefjes, koffie te drinken voor de tent. Wederom maakten we een wandeling, nu de andere kant op, in de hoop op een bergtopje wat zon te vangen, teneinde een beetje op te warmen. Wederom wachtten we braaf, tot de beide Loefjes besloten ook de ogen te openen om van de vakantie te gaan genieten. Met stokbrood en croissantjes ontbeten we en de meer avontuurlijk aangelegden onder ons zijn weer vertrokken naar Coo. Ditmaal voor een kajak tocht. En ik, ik ben hier op de camping en geniet wat van mijn rust. Ik schrijf en ik lees wat in de zon en ga zo een pilsje drinken. Dit in afwachting van mijn companen in hun groene monster.

Het is inmiddels vrijdag 5 juni 2009. Ik heb mijn plichten als chroniqeur van onze expeditie enigszins verwaarloosd, maar ik zal proberen dit goed te maken. Door mijn slapeloosheid ben ik echter zo ontzettend moe, dat schrijven niet altijd lukt. Wij zitten inmiddels voor de tweede dag in Grandcamp Maisy vlak bij de Normandische kust. Het is middag, het is warm. De wind waait behoorlijk hard, hetgeen het in de schaduw wat frisjes maakt. De Loefjes zijn oude bunkers aan het onderzoeken, Ger zit met een pilsje in de zon, en ik probeer wat te schrijven.

We waren gebleven op maandag 1 juni 2009 en we kampeerden in de Belgische Ardennen op camping Eau Rouge. De echte mannen onder ons waren gaan kajakken, in de wild stromende rivier van Coo. En ik, ik zat mij te verbranden in de zon. Daar heb een paar dagen ik flink last van gehad. Ik blijf dus verder lekker in de schaduw. Wij witte mensen zijn niet gemaakt voor die Belgische zon in de Ardenner bergen! In de middag kwamen onze zeelui weer terug. Ze hadden genoten van de mooie uitzichten, de mooie natuur, de bergen, de rotsen en het water. Vooral onze Ger was zo ondersteboven van zijn indrukken, dat hij besloot het letterlijk te nemen en de rivier ondersteboven te gaan bekijken. Hij sloeg om en hij werd gedoopt in het koude water van de Ardennen. Terwijl Ger´s kleding hing te drogen, hebben wij er maar het beste van proberen te maken en hebben ons die avond solidair verklaard door onze inwendige mens ook te bevochtigen met wat bier en met wat wijn. In een goede stemming gingen we die avond naar bed, om van de nacht te gaan genieten (Ja, dat zal wel!) en de volgende dag vroeg op te staan voor het vertrek naar La France.



Dinsdag 2 juni 2009.

De dag begon vandaag al voor de vogels zongen. Dus wachten op het eerste licht, opstaan een kop koffie en douchen. Je moet iets doen om de tijd door te komen en dat is soms verrekte lastig als je vroeg wakker bent en als de rest nog slaapt. Dus om vijf uur stond ik al onder een warme douche. Heerlijk, die warmte, weldadig na zo´n koude nacht op een betonharde klei met kluiten. Het nadeel is dat je er weer uit moet. Naar buiten, diezelfde ochtendkilte weer in. Langzaam ging de zon hoger klimmen langs zijn hemelspad, maar hij kwam niet over de bergtop heen. De camping bleef in de schaduw liggen. Ik ben wat gaan lopen om mij te warmen in wat zonnestralen, die hoger op de helling wel de grond raakten. Tegen een uur of negen was het team weer wakker en compleet. Wij ontbeten gezamenlijk. Het duurde nog geen uur, of we hadden de tent afgebroken en onze spullen gepakt en we konden vertrekken. Daar gingen we dan, etappe twee van de expeditie. Natuurlijk kon Anno het niet laten om zijn voertuig via een helling van 45 graden, door het beekje naast de camping te laten rijden echter we overleefden het en we reden verder, op naar Frankrijk.

Onze Tom Tom, een goddelijk geschenk, leidde ons via de mooiste kronkelweggetjes door de Ardennen. Het duurde niet lang, of we waren ongemerkt aangekomen in Frankrijk. De Franse Ardennen lagen voor ons. Het landschap veranderde langzaam en bergen werden bergjes, werden heuvels. We beseften dat we in de graanschuur van Frankrijk onderweg waren. Grote vlakten omgaven ons met daarop diverse gewassen. We reden over de lange rechte wegen, die we zo goed kennen uit de Franse films. Ten noorden van Parijs, was het uit met de pret. Het werd druk, de wegen werden vierbaans. We kwamen langs vliegveld Charles de Gaulle en reden over de noordelijke rondweg van Parijs. Na Parijs, weer de rust van de campagne. Het graan, de aardappelen, de klaprozen. Prachtig mooi, naar na een tijdje wordt het wel wat eentonig. Anno had op de kaart een plaatsje geprikt, waar we heen zouden gaan, Les Alyses, zou het wat zijn! Toen we er binnen reden vond ik het eerst maar niets. Druk en vies. Een typisch Frans stadje dus. We stopten bij een supermarkt om proviand in te slaan. Vlak voor de kassa, wachtend in de rij, sloeg mij de schrik om het hart, toen Anno mij verzocht, om even aan de caissière te vragen, of er een camping was en hoe wij daar kwamen. Sinds mijn zestiende heb ik geen Frans meer gehad, ik was toen blij er vanaf te zijn. Na even mentaal gerepeteerd te hebben, stelde ik de man achter mij de bewuste vraag. Tot mijn stomme verbazing, begon de man in perfect Frans, mij uit te leggen waar we heen moesten. Ik was zo overdonderd, dat ik bijna niet luisterde naar wat hij zei. Wat een kik, dat hij mij begreep! We reden naar de camping. Camping Municipal, ´Les trois Rois´. De drie koningen. Het was gelegen op eilandje in de Seine, naast een berg, met daarop de ruïne van een oud kasteel. Waarschijnlijk gebouwd om het scheepvaartverkeer op de Seine, van en naar Parijs, in de gaten te houden. Het is overal hetzelfde verhaal. Ridders, roofridders en belastinggaarders.

Snel zetten we de tent op en ik begon wat eten voor ons te maken. Witlof salade met appel, wat Dennis niet lustte. Aardappeltjes met sperzieboontjes en karbonaadjes. Dat lustte Dennis wel. We zaten net te eten, toen er een buurman naar ons toekwam. Hij kikte op onze auto. Prachtige wagen. Hij zou later, na het eten nog terugkomen. Terwijl wij zaten te eten, werden we met stomheid geslagen, toen er plotseling een colonnes oude Amerikaanse legerjeeps, met daarin in oude uniformen gestoken, middelbare mannen aan kwam rijden. Zij zetten een soort legerkamp op. Alles in de stijl van de tweede wereldoorlog. Eerdergenoemde buurman klaarde ons op. We zouden nog wel veel meer van dit soort mensen tegen komen in Normandie. Later bleek hoe gelijk hij had. Ook hij was lid van een club, die met oude legervoertuigen rondrijd en soldaatje speelt. Hij gaf ons veel informatie en vertelde veel over zijn hobby. Op onze wagen prijkt nu een stikker, van hem gekregen, ´Keep them rolling`.

Het werd nacht en het werd dag, de volgende dag.



Woensdag 3 juni 2009.

Na iets beter geslapen te hebben werd ik iets later wakker, zodat ik pas om zes uur, gedoucht en wel aan de koffie zat. Ik wilde een wandeling gaan maken, maar helaas was het terrein afgesloten. Zo moest ik tot zeven uur wachten. Inmiddels stond ook Ger op en beiden zaten we aan de koffie. Ik vertrok om half acht om het dorp te gaan verkennen. Les Alyses bestaat uit twee delen. Het oude deel is mooi en heeft veel middeleeuwse huizen en een twaalfde eeuwse kerk. Erg mooi. Het nieuwe deel is minder mooi en deed me zowel in geur als in stijl aan Hongarije denken.

Toen ik weer terug kwam, had iedereen al ontbeten en Anno en Dennis gingen de ruïne verkennen. Ik deed de was van ons vieren en wederom kreeg ik een raar gevoel, toen bleek dat de mensen van de camping mij begrepen. Na de was, ja ik ben een huiselijk type, ben ik boodschappen gaan doen in het stadje.

´s Middags zijn de Loefjes in het dorp een kathedraal gaan bezoeken en na afloop gaan zwemmen en ben ik nogmaals naar de stad gelopen om medicijnen te halen voor Ger die veel last had van zijn rug. Na het avondeten nogmaals naar de stad, nu met Ger om shag te halen. Vlak voor het slapen gaan dacht Anno nog even een oude bekende te zien, maar nee, ´t was hem toch niet! We gingen slapen, morgen gaan we verder, naar Normandië.



Donderdag 4 juni 2009.

Ik heb vannacht een beetje geslapen, maar de rest niet! Ik had een soort nachtmerrie en heb iedereen wakker gehouden. Dat was dus weer eens wat anders. Iedereen is me erg dankbaar voor de fijne nacht en ik voel me redelijk uitgerust. Het inpakken ging weer snel en om acht uur waren we klaar voor vertrek. Maar niet, alvorens te ontdekken, dat de vermeende oude bekende van Anno, dat inderdaad was. Verrek Peeks, een oude Adjudant uit zijn legertijd. Snel nog even wat sterke verhalen en we konden vertrekken naar Normandië.

Over deze etappe valt weinig te melden. Agrarisch gebied. Weinig variatie in het landschap. Het was een snelle reis. Toen we in Normandië kwamen werd het beter. Het landschap leek op het landschap bekend uit de film. Het was niet eens zo onbekend. Verder kwamen we steeds meer legervoertuigen tegen, met daarop in zware penopauze verkerende, hun roeping gemist hebbende nep militairen in fantastische nepuniformen en gedeeltelijk originele kleding. De streek is van deze mensen vergeven! Snel hadden we onze camping gevonden en onze tent opgezet. Daarna gingen we de streek verkennen.

Het is niet te beschrijven wat voor een circus zich daar afspeelt. Honderden legervoertuigen met geüniformeerde mannen, vrouwen en kinderen rijden er rond. Amfibische voertuigen, tanks, rupsvoertuigen. Je komt alles tegen. Vooral Anno keek zijn ogen uit. `Die lui zijn niet normaal,joh. Zij hebben hun roeping misgelopen,´ zei hij vele malen. Na een korte bezichtiging zijn we naar de camping gegaan om de volgende dag terug te keren.



Vrijdag 5 juni 2009.

Vanochtend zijn we, na een korte en slechte nacht, de boel nogmaals gaan verkennen. We hebben o.a. oude bunkers bekeken. Dennis was hier helemaal gek van. Het was druk. Vele mensen liepen rond vele militairen en vele nepmilitairen. Omdat de herdenking van de invasie op zaterdag zou zijn, hebben we het Amerikaanse kerkhof bezocht. De volgende dag zou dat in verband met het bezoek van Obama niet mogelijk zijn. Het was erg indrukwekkend, de vele kruisen, de vele doden. Ook was het interessant te zien de voorbereidingen voor de komst van Obama. Wat een circus!

Opvallend was wel, dat hier weinig van die hobbyisten rondliepen in hun uniforms. Dit was geen plaats om soldaatje te spelen. We hebben nog wat op een terrasje gezeten, zijn nog bij de zee geweest. Maar om eerlijk te zijn had ik al snel genoeg van al het militaire vertoon. Die middag ben ik dan ook op de camping gebleven met Ger, terwijl Anno en Dennis er nogmaals op uit gingen om het wapentuig en de oorlogsherinneringen te aanschouwen.



Zaterdag 6 juni 2009.

Korte nacht, slecht geslapen, het begint eentonig te worden. Vandaag is de grote dag van de herdenking, dus we trekken er vroeg op uit.

Lang hebben we op een terras gezeten om naar de vreemde mensen om ons heen te kijken. Er werden appels gehouden er waren marsen. Een complete gekte. Verder hebben we echter weinig kunnen zien, omdat Obama er was en wij mochten niet in de buurt komen. Dit was dus een beetje een tegenvaller.

´s Middags hebben we Obama en zijn gevolg nog over zien vliegen, dat was het hoogtepunt, verder was vandaag een beetje een tegenvaller.

´s Avonds hebben we nog gezellig in de kantine van de camping gezeten. Helaas was er voetbal op de TV, anders was het nog gezelliger geweest. We hebben betaald en afscheid genomen van de campingbaas en op tijd gingen we naar bed.



De terugreis Zondag 7, Maandag 8 en Dinsdag 9 juni

Het was tijd om de terugreis te aanvaarden. Hierover is weinig te melden. Op zondag zijn we noordwaarts getrokken, teneinde in Zuid-Holland en Zeeland terecht te komen. Via een vriend van Anno, kwamen we terecht in Battenoord. Aangezien onze tent erg nat was van de vorige nacht, hebben we een stacaravan gehuurd. Wat een luxe na al die dagen. We zaten op een mini camping vlak achter de dijk. Het plaatsje is onvindbaar zonder Tom Tom. De maandag hebben we besteed aan wat rondkijken bij de delta werken en aan een lekkere barbecue op onze camping. Het was een gezellige afsluitende avond.

De volgende dag was het tijd om huiswaarts te gaan. Ik had weer slecht geslapen, maar dat mocht de pret niet drukken. Gelukkig was alles droog en konden we alles droog inpakken. De terugreis ging voorspoedig en vroeg in de middag kwamen we weer in Meppel aan, alwaar velen ons opwachtten op de plek van vertrek, herberg ´Het Plein´.



Na deze prachtige tocht hebben we de smaak te pakken gekregen, dus op naar de volgende eXpeditie.......
Volgend jaar Auschwitz misschien ??

Sponsoren eXpeditie



Technisch Adviesbureau Prins
Concordiastraat 18
7941 EJ Meppel
0522-245778


 

Prinsengracht concert in Meppel
Een bijdrage voor het assisteren tijdens het concert.


 

Onderhoudsbedrijf Jan Jurjens
Eekhorstweg 31b
7942 KC Meppel (Industrieterrein Noord)
0522-257383


 

Klinkhamer reclame
Paradijsweg 2a
7942 HB Meppel
Tel. 0522 - 243391


 

Staatsbosbeheer
Staphorst & omstreken
Wijkweg 2
7954 HP Rouveen
038-4772734


 

Bever Zwerfsport
Steenwijk


 

Bill's Buitensport
Marktstraat 2
7941 KR Meppel
0522-256741


 

Autotaalglas Meppel
Steenwijkerstraatweg 23 B
7942 HL Meppel
0522-257372


 

Herberg 't Plein
Prinsengracht 1
7941 KD Meppel
0522-251630


 

Assistentie tijdens zaagwerkzaamheden
in Staphorst voor dhr. Henk Ruinen en dhr. Henk de Wolde uit Meppel.
Bedankt voor de bijdrage en succes....


 

Ooievaarsnesten bouwen in De Wijk
Joop & Hendrik bedankt voor de bijdrage.


 

made by loe@design 2009